Beleidskader

De Europese Unie heeft in haar beleid herhaaldelijk het belang van integratie van “onderdanen van een derde land” benadrukt, omdat dit een wezenlijk onderdeel is van de bevordering van economische en sociale samenhang. In haar bijeenkomst in Tampere van 15 en 16 oktober 1999 verklaarde de Europese Raad dat er een krachtiger integratiebeleid moet komen om de onderdanen van derde landen rechten en verplichtingen te geven, vergelijkbaar met die van de EU-burgers. Het moet tevens de non-discriminatie in het economische, sociale en culturele leven stimuleren en maatregelen tegen racisme en vreemdelingenhaat ontwikkelen.

In navolging van het Haagse Programma van 4-5 november 2004, waarin de Europese Raad het belang onderstreept van een doelmatig integratiebeleid, heeft de Raad met de vertegenwoordigers van de Regeringen van de lidstaten de Gemeenschappelijke basisbeginselen voor het beleid betreffende de integratie van immigranten in de Europese Unie vastgesteld. Deze gemeenschappelijke basisbeginselen onderstrepen onder andere het belang van opleiding, kennis van de taal en werk.

De krijtlijnen voor het Europees Integratiefonds werden vastgelegd in de Beschikking van de Raad van 25 juni 2007. Hierin zijn de doelstellingen en specifieke prioriteiten bepaald.