Beroepenfilms

Voor verschillende projecten werden beroepenfilms gemaakt. Zulke films zijn erg nuttig om genderneutraliteit te propageren.

Waarop moet je letten?

1.    Personages
De rolverdeling is belangrijk. Breng je twee werknemers in beeld, let er dan op dat beide geslachten vertegenwoordigd zijn. Anders wek je de indruk dat het beroep alleen voor mannen of vrouwen geschikt is.
De arbeidsomgeving is even belangrijk. Zijn de collega’s die in beeld komen mannen of vrouwen?

2.    Taalgebruik
Gebruik neutrale beroepsnamen. Zoals ‘verpleegkundige’ in plaats van ‘verpleegster’.
Gebruik niet consequent de verwijzing ‘hij’ als het ook om een ‘zij’ kan gaan. Dat schept een eenzijdig beeld van het beroep.
Verwijs niet met beladen termen naar iemand van het andere geslacht. Heb het dus niet over “ “dat schoon meiske dat hier rondloopt”.
Interviewen doe je het best op ‘ongekleurde’ wijze. Praat dus op dezelfde manier met, bijvoorbeeld, een vrouwelijke verpleegkundige als met een mannelijke.

3.    Scenario
Welke aspecten van het beroep komen aan bod? En wie komen in beeld? Wordt een technisch aspect belicht, breng dan ook vrouwen in beeld. Laat, omgekeerd, ook mannen in beeld komen wanneer het over, bijvoorbeeld, verzorging gaat. Zo vermijd je stereotypering.

4.    Montage
Hou bijvoorbeeld rekening met de volgorde waarin de personages in beeld komen. De eerste werknemer die in beeld komt, geeft de norm aan. De tweede wijkt ervan af.
De achtergrondmuziek kan ook stereotyperen. Bijvoorbeeld wanneer je mannelijke werknemers begeleidt met een stevig rocknummer, en vrouwelijke met een rustiger pianostuk.

Een beroepsfilmpje illustreert idealiter de arbeidsdeelname van mannen én vrouwen. Maar uiteraard moet het in de eerste plaats een correct beeld van de situatie op de werkvloer bieden

Contactpersoon: 

Annemie Roets
T:
02/552 83 33